Heerlijk Clafoutis met Kersen en Amaretto: Een Zomerse Delicatie

Clafoutis met kersen en amaretto

Een smaakvol zomertoetje dat je moet proberen

Afgelopen zomer zat ik op het terras bij mijn buurvrouw toen ze een warme schaal op tafel zette. De geur van verse kersen en amandelaroma vulde de tuin. “Proef dit eens,” zei ze met een glimlach. Die eerste hap veranderde alles. Het was een clafoutis, een Frans gebak dat ik tot dan toe alleen in kookboeken had gezien. De zachte vulling, de zoete kersen en die heerlijke amaretto maakten het onvergetelijk.

Sinds die dag maak ik dit dessert regelmatig. Het is verrassend simpel en je hebt er geen fancy spullen voor nodig. Je gooit eigenlijk gewoon wat ingrediënten in een kom, giet het over de kersen en laat de oven het werk doen. Geen moeilijke technieken of uren in de keuken staan.

Welkom bij mijn recept voor een heerlijk clafoutis met kersen en amaretto, perfect voor warme zomerdagen. Dit Franse gebak ziet er indrukwekkend uit maar is eigenlijk een peulenschil om te maken. Zelfs als je nog nooit eerder een clafoutis hebt gemaakt, ga je dit recept zonder problemen volgen.

Ik zal je stap voor stap begeleiden in het maken van dit lekkere dessert, zodat jij ook thuis kunt genieten van deze smaakvolle traktatie. Of je nu onverwacht visite krijgt of gewoon jezelf wilt verwennen, dit recept is je beste vriend in de keuken.

Hoe maak je een clafoutis met kersen en amaretto?

Laten we beginnen met de basis: wat je nodig hebt om een clafoutis te maken. Dit gebak heeft zijn oorsprong in de Limousin regio in Frankrijk. Traditioneel wordt het gemaakt met zwarte kersen, inclusief de pitten. Maar maak je geen zorgen, wij gaan het iets praktischer aanpakken.

Een clafoutis is eigenlijk een kruising tussen een pannenkoek en een custard. Het deeg is vloeibaar en stolt tijdens het bakken tot een zachte, luchtige massa rond de kersen. De amaretto voegt een subtiele amandeltoets toe die perfect harmonieert met de fruitige zoete smaak van de kersen.

De ingrediënten die je nodig hebt

De ingrediënten die je nodig hebt voor dit recept, inclusief verse kersen en amaretto, zijn waarschijnlijk al in je keuken te vinden. Je hebt geen exotische producten nodig die je in een specialistische winkel moet zoeken.

Voor de clafoutis heb je nodig:

  • 400 gram verse kersen (of diepvries als het geen kersenseizoen is)
  • 3 grote eieren op kamertemperatuur
  • 100 gram witte basterdsuiker
  • 75 gram bloem
  • 250 ml volle melk
  • 50 ml amaretto (amarettolikeur)
  • 1 theelepel vanille-extract
  • Een snufje zout
  • Boter voor het invetten van de vorm
  • Poedersuiker voor de afwerking

De kersen zijn het hart van dit recept. Als je verse kersen gebruikt, moet je ze ontzaden. Ja, dat kost even tijd maar het is het dubbel en dwars waard. Diepvrieskersen zijn ook prima, zorg er alleen voor dat je ze goed laat ontdooien en het vocht afvoert.

Wat betreft de amaretto: dit is een Italiaanse likeur met amandelensmaak. Je vindt hem in de meeste supermarkten bij de sterke drank. Een klein flesje gaat lang mee en je kunt het ook gebruiken in koffie of andere desserts. Als je geen alcohol wilt gebruiken, vervang het dan door amandelextract (wel veel minder gebruiken, een halve theelepel is genoeg).

De bloem geeft structuur aan het beslag. Sommige recepten gebruiken amandelmeel in plaats van gewone bloem. Dat werkt ook fantastisch en versterkt de amandeltoets nog meer. Je kunt ook een mix van beide gebruiken voor een rijkere smaak.

Het bereidingsproces in een notendop

Een overzicht van het bereidingsproces, zodat je alvast een idee krijgt van hoe eenvoudig het is. Het hele proces duurt ongeveer 10 minuten voorbereiding en dan 35 minuten in de oven. Geen ingewikkelde stappen of lange wachttijden.

Zo pak je het aan:

  1. Verwarm je oven voor en vet de bakvorm in
  2. Verdeel de kersen over de bodem van de vorm
  3. Klop de eieren met de suiker tot het mengsel luchtig is
  4. Voeg de bloem en het zout toe
  5. Roer de melk, amaretto en vanille erdoor
  6. Giet het beslag over de kersen
  7. Bak tot het goudbruin en net gestold is
  8. Bestrooi met poedersuiker en serveer

Het mooie van een clafoutis is dat je het lauw of op kamertemperatuur serveert. Niet direct uit de oven, want dan is het nog te heet. Maar ook niet ijskoud uit de koelkast. Gewoon lekker lauw, zoals veel Franse desserts gegeten worden.

De textuur moet zacht en licht custardig zijn in het midden, met iets meer stevigheid aan de randen. Als je erin prikt met een mes, mag er nog een beetje vochtig beslag aan zitten. Het stolt nog een beetje na tijdens het afkoelen. Overbakken is de grootste fout die je kunt maken, want dan wordt het droog en taai.

Wat de vorm betreft: een ronde of ovale ovenschaal van ongeveer 25 centimeter diameter werkt perfect. Keramiek of glazen ovenschalen zijn ideaal omdat ze de warmte gelijkmatig verspreiden. Zorg dat de vorm niet te diep is, ongeveer 4 tot 5 centimeter hoog is prima.

Je kunt de kersen ook van tevoren ontpitten en in de koelkast bewaren. Dat scheelt tijd op het moment dat je het dessert gaat maken. Sommige mensen vinden het ontpitten van kersen een karwei, maar met een kersenontpitter gaat het supersnel. Je kunt er ook een paperclip voor gebruiken als je geen speciaal gereedschap hebt.

Het beslag zelf is flinterdun als je het maakt. Maak je geen zorgen als het bijna waterig lijkt. Dat hoort zo. De eieren en de bloem zorgen tijdens het bakken voor de juiste consistentie. Het rijst een beetje op in de oven maar zakt weer in als het afkoelt. Ook dat is normaal.

De clafoutis stap voor stap bereiden

Nu we alle ingrediënten en de theorie besproken hebben, gaan we aan de slag met het echte werk. Pak je schort, zet wat leuke muziek aan en laten we beginnen.

Stap 1: De kersen klaarmaken voor je clafoutis

Het voorbereiden van de kersen is misschien wel het tijdrovende deel van dit recept, maar geloof me, het is belangrijk. Begin met het wassen van je kersen onder koud stromend water. Ik doe ze altijd in een vergiet en spoel ze een paar keer goed af. Kijk ook even of er geen beschadigde exemplaren tussen zitten.

Dan komt het ontpitten. Mijn favoriete methode is met een kersenontpitter die ik een paar jaar geleden bij de Action heb gekocht voor een paar euro. Zo’n ding werkt als een soort minieme guillotine voor kersenstenen. Je plaatst de kers erin, duwt het handvat naar beneden en plop, de pit schiet eruit. Het gaat razendsnel als je eenmaal in het ritme zit.

Heb je geen kersenontpitter? Geen probleem. Een stevige rietje of een paperclip werkt ook. Met de paperclip maak je een klein haakje, duw je dat aan de bovenkant van de kers naar binnen en haak je de pit eruit. Het is iets rommeliger dan met een ontpitter, maar het werkt prima. Zet wel een kom onder je werkplek want kersensap spat alle kanten op. Mijn keukentafel kan ervan meepraten.

Sommige Franse puristen beweren dat je de pitten erin moet laten omdat ze extra smaak geven. Dat klopt wel, maar ik vind het geen pretje om tijdens het eten op een pit te bijten. Dus die gaan eruit. Je kunt de kersen heel laten of halveren. Halveren zorgt ervoor dat het sap beter met het beslag vermengt, wat ik eigenlijk wel lekker vind.

Leg de ontpitte kersen op keukenpapier om overtollig vocht op te nemen. Als ze te nat zijn, kan het beslag wat waterig worden onderaan. Vooral bij diepvrieskersen is dit belangrijk. Die laat je eerst ontdooien, dan goed uitlekken en dep je droog voordat je ze gebruikt.

Stap 2: Het magische beslag samenstellen

Dit is waar de magie gebeurt. Het beslag voor een clafoutis lijkt misschien eenvoudig, maar de volgorde waarin je dingen toevoegt maakt echt verschil. Ik heb het een keer verkeerd gedaan en eindigde met klonten. Niet fijn.

Begin met het klutsen van de eieren in een grote kom. Ik gebruik altijd een handmixer, maar met een garde kun je het ook doen als je gespierde armen wilt kweken. Klop de eieren ongeveer een minuut tot ze licht schuimig zijn. Je hoeft ze niet stijf te kloppen zoals bij een cake, gewoon goed door elkaar.

Voeg daarna de basterdsuiker toe en blijf nog eens twee minuten kloppen. Het mengsel wordt lichter van kleur en een beetje dikker. Dit is het moment waarop de suiker begint op te lossen en je de basis legt voor die heerlijke custardtextuur. Soms denk ik dat het klaar is, maar ik klop altijd nog een extra minuut door. Beter te lang dan te kort.

Nu komt de bloem. Zeef deze boven de kom en vouw het voorzichtig door het eiermengsel. Waarom zeven? Omdat het klontjes voorkomt. Ik ben daar achter gekomen na een paar mislukte pogingen waarbij mijn beslag vol zat met meelklontjes. Als je klontjes krijgt, wikkel dan je garde in een stuk keukenpapier en druk ze fijn tegen de rand van de kom. Een trucje dat ik van mijn moeder heb geleerd.

Voeg een snufje zout toe. Dit lijkt misschien vreemd in een zoet gerecht, maar zout versterkt eigenlijk de smaken. Net zoals een beetje zout in koekjes het verschil maakt tussen goed en geweldig.

Dan de vloeistoffen. Giet de melk geleidelijk erbij terwijl je blijft roeren. Niet alles tegelijk dumpen, want dan krijg je weer klonten. Een beetje melk toevoegen, roeren, nog wat melk, roeren. Je ziet het beslag dunner en gladder worden. Het moet eruitzien als dunne pannenkoekbeslag eigenlijk.

Nu het spannende moment: de amaretto toevoegen. Giet de 50 ml erbij en roer goed door. Die amandelgeur die vrijkomt is fantastisch. Het doet me altijd denken aan Italiaanse bakkerijen. Voeg ook de vanille-extract toe. Sommige mensen vergeten dit maar het geeft echt een extra dimensie aan de smaak.

Het beslag moet nu glad, glanzend en redelijk dun zijn. Als het te dik lijkt, kun je een scheutje extra melk toevoegen. Als het te dun is, een klein beetje bloem. Maar meestal is het gewoon goed. Ik proef altijd even voordat ik verder ga. Ja, er zitten rauwe eieren in, maar ik heb nog nooit problemen gehad van een klein lepeltje.

Stap 3: Alles samenbrengen in de ovenschaal

Verwarm je oven voor op 180 graden Celsius. Dit is echt belangrijk. Een koude oven begint de clafoutis niet goed genoeg te bakken en je krijgt niet die mooie structuur. Terwijl de oven opwarmt, pak je een ovenschaal van ongeveer 25 centimeter doorsnee. Ik gebruik meestal mijn mooie witte ovale ovenschaal, maar een ronde taartvorm werkt ook prima.

Smeer de vorm royaal in met boter. En ik bedoel echt royaal, niet zo’n tuttig dun laagje. Gebruik je vingers of een stukje keukenpapier om alle hoekjes en randjes te bedekken. Dit voorkomt dat je clafoutis vastplakt en zorgt ook voor een lekker krokant randje.

Verdeel de kersen gelijkmatig over de bodem. Hier komt een belangrijk trucje: als je niet wilt dat alle kersen naar de bodem zakken tijdens het bakken, kun je de ingesmeerde schaal even in de vriezer zetten. De koude boter houdt de kersen beter op hun plaats als je het beslag erover giet. Ik doe dit niet altijd hoor, soms heb ik er gewoon geen zin in en gaan de kersen toch een beetje dansen in het beslag. Dat geeft een natuurlijker uiterlijk eigenlijk.

Giet het beslag voorzichtig over de kersen. Doe het vanaf een lage hoogte zodat je geen kersen wegblaast of het beslag overal naartoe spettert. Het beslag moet de kersen net bedekken. Sommige toppen mogen best uitsteken, dat ziet er mooi uit na het bakken.

Als er luchtbellen in het beslag zitten, tik dan zachtjes met de vorm op het aanrecht. De belletjes komen naar boven en je krijgt een gladdere bovenkant. Hoewel eerlijk gezegd, een paar belletjes maken ook niet uit. Dit is een rustiek Frans gebak, geen perfecte patisserie.

Stap 4: Het bakproces onder de knie krijgen

Schuif de ovenschaal op het middelste rek van je voorverwarmde oven. Het middelste rek zorgt voor de beste warmteverdeling. Te hoog en de bovenkant verbrandt voordat de onderkant gaar is. Te laag en je krijgt een weke bodem.

Bak de clafoutis ongeveer 35 tot 40 minuten. De exacte tijd hangt af van je oven en de diepte van je schaal. Mijn oven bakt altijd iets sneller dan gemiddeld, dus ik check na 30 minuten al. De bovenkant moet mooi goudbruin zijn en als je er zachtjes op drukt, moet het net stevig aanvoelen met een heel klein beetje wiebel in het midden.

De geur tijdens het bakken is ongelooflijk. Die combinatie van kersen, amaretto en vanille verspreidt zich door je hele huis. Mijn buurman heeft me al een paar keer gevraagd wat ik aan het bakken was omdat het zo lekker rook.

Test of het klaar is door er een satéprikker of scherp mes in te steken, ongeveer 3 centimeter van de rand. Er mag wat vochtig beslag aan zitten, maar het moet niet meer ronduit nat zijn. De clafoutis stolt nog wat na tijdens het afkoelen. Als je hem te lang bakt wordt hij droog en trekkerig, en dat is echt zonde.

Haal de schaal uit de oven en laat hem minstens 20 minuten afkoelen. Ik weet dat dit het moeilijkste deel is. Die geur, dat aanzicht, je wilt er meteen in graven. Maar geloof me, lauw is veel lekkerder dan heet. De smaken komen beter tot hun recht en de textuur is perfect.

Tips voor het perfecte resultaat met je clafoutis

Over de jaren heen heb ik wat trucjes geleerd die het verschil maken tussen een goede en een fantastische clafoutis. Sommige kwamen van mislukkingen, andere van experimenten. Hier zijn mijn beste tips.

Zo blijven de kersen zweven in plaats van zinken

Het probleem met kersen is dat ze zwaarder zijn dan het beslag. De natuurkunde doet zijn werk en ze zakken naar de bodem. Dat is niet per se erg, maar het ziet er mooier uit als ze overal verspreid zitten.

De vriezertruc noemde ik al. Een andere methode is om de kersen eerst licht te bestuiven met bloem voordat je ze in de vorm legt. De bloem maakt ze een klein beetje minder glad en ze glijden minder makkelijk door het beslag. Niet te veel bloem gebruiken, gewoon een dun laagje.

Je kunt ook het beslag in twee keer toevoegen. Giet eerst een dun laagje over de bodem, bak dit 5 minuten voor, voeg dan de rest van het beslag toe en bak verder. Die eerste laag stolt een beetje en houdt de kersen beter op hun plaats. Ik doe dit eigenlijk alleen als ik visite krijg en indruk wil maken. Voor mezelf mogen de kersen lekker doen waar ze zin in hebben.

De juiste temperatuur en baktijd voor luchtigheid

180 graden is echt de sweet spot voor een clafoutis. Lager en het duurt eindeloos en wordt niet mooi bruin. Hoger en de buitenkant verbrandt terwijl de binnenkant nog niet klaar is. Sommige recepten zeggen 170 of 190 graden, maar ik zweer bij 180.

Als je oven hetelucht heeft, kun je die gebruiken maar verlaag dan de temperatuur naar 160 graden. Hetelucht bakt veel effectiever en je wilt niet dat alles te snel gaat. Ik gebruik eigenlijk liever de gewone boven- en onderwarmte. Dat geeft een rustiger bakproces en meer controle.

De baktijd varieert afhankelijk van je schaal. Een ondiepe brede schaal heeft minder tijd nodig dan een smallere diepe. Begin met controleren na 30 minuten en kijk om de 5 minuten daarna. Je leert je oven kennen na een paar keer en weet precies wanneer het klaar is.

Een tip die ik pas laat ontdekte: open de ovendeur niet in de eerste 25 minuten. Net als bij sommige koekjes kan een plotselinge temperatuurdaling ervoor zorgen dat alles inzakt. Resisteer de verleiding om te gluren, hoe moeilijk ook.

Het amaretto-aroma maximaliseren

Amaretto is niet goedkoop, dus je wilt er optimaal van genieten. Een trucje is om wat extra amaretto apart te houden en dat na het bakken over de warme clafoutis te sprenkelen. Ongeveer een eetlepel is genoeg. Het verdampt een beetje door de warmte maar de smaak dringt wel in het gebak.

Je kunt ook de kersen marineren in amaretto voordat je ze gebruikt. Een half uurtje in een kom met twee eetlepels amaretto geeft ze een extra kick. Wel het marinadevocht eraf gieten voordat je ze in de vorm doet, anders wordt het beslag te waterig.

Serveer de clafoutis met een beetje amaretto in je koffie of met een klein glaasje ernaast. Die combinatie van het gebak en de pure likeur is hemels. Vooral op een luie zondagmiddag in de tuin.

Als laatste tip: bewaar de amaretto goed afgesloten en op een koele donkere plek. Likeur kan zijn smaak verliezen als het te lang open staat. Ik gebruik mijn flesje binnen een half jaar op, maar dat komt ook omdat ik het in van alles verwerk. Van desserts tot koekjes met een twist.

Het mooie van een clafoutis is dat je hem zowel warm als koud kunt eten, hoewel lauw echt mijn voorkeur heeft. De textuur is dan perfect: zacht, licht custardig, met die heerlijke kersen die een beetje sappig zijn maar niet te veel. Een beetje poedersuiker erover en je hebt een dessert dat eruitziet alsof je er uren aan hebt gewerkt, terwijl het eigenlijk supereenvoudig was.

Perfect serveren en genieten van je clafoutis

Nu je clafoutis mooi afgekoeld is en de keuken nog heerlijk ruikt, komt het leukste deel: serveren en ervan genieten. Ik heb door de jaren heen verschillende manieren uitgeprobeerd en elke keer ontdek ik weer nieuwe combinaties die het dessert naar een hoger niveau tillen.

De temperatuur waarop je serveert maakt echt verschil. Zoals ik al zei, is lauw mijn favoriet. Ongeveer een half uur na het bakken is de clafoutis perfect. De textuur is dan zacht en custardig zonder dat het nog te heet is om te eten. Je kunt alle smaken goed proeven zonder dat je mond verbrandt. Mijn zwager at het een keer direct uit de oven en kon daarna een uur niks proeven. Leer van zijn fout.

Op kamertemperatuur is de clafoutis ook heerlijk. Sommige mensen bewaren hem zelfs een nachtje in de koelkast en eten hem koud bij het ontbijt. Ik heb dat ook geprobeerd en het is verrassend lekker bij een kop koffie. De smaak is intenser als het dessert wat kouder is, al vind ik de textuur dan iets steviger.

De ultieme serveersuggesties

Een simpele bestrooing met poedersuiker is eigenlijk al genoeg. Ik doe dit altijd vlak voor het serveren, niet eerder. Als je het te vroeg doet lost de suiker op in het vocht en krijg je vlekken. Gebruik een zeefje om het mooi gelijkmatig te verdelen. Eén van die kleine theezeefdingen werkt perfect.

Maar als je het echt speciaal wilt maken, serveer dan een bolletje vanille-ijs erbij. De combinatie van de warme clafoutis en het koude ijs is goddelijk. Het ijs smelt een beetje en vermengt zich met de kersen en het amaretto. Ik serveer dit altijd als ik visite krijg en wil indrukken. Iedereen is altijd onder de indruk.

Een scheutje extra amaretto over de clafoutis druppelen vlak voor het serveren is ook een optie. Ongeveer een theelepel per portie geeft een extra kick. De alcohol verdampt niet meer omdat het dessert al uit de oven is, dus je krijgt die pure amandeltoets echt goed te proeven. Niet doen als je het aan kinderen serveert natuurlijk.

Slagroom werkt ook fantastisch. Zelfgemaakte slagroom met een klein beetje amaretto erdoor geklopt is hemels. Ik voeg meestal een eetlepel amaretto toe aan 250 ml slagroom tijdens het kloppen. Dat geeft een subtiele smaak die perfect past bij de clafoutis. Spuitbus slagroom kan ook, maar echt, verse geklopte room maakt zoveel verschil.

Voor een luxe presentatie kun je wat verse kersen als garnering gebruiken. Die leg je er gewoon decoratief omheen of bovenop. Misschien wat blaadjes munt erbij voor kleur. Ik ben niet zo van al dat gedoe normaal gesproken, maar voor een verjaardagsdiner of een speciale gelegenheid maak ik er wel eens werk van.

Variaties die je moet proberen

Het mooie van een clafoutis is dat het recept ontzettend veelzijdig is. Zodra je het basisrecept onder de knie hebt, kun je alle kanten op. Ik experimenteer graag en heb al heel wat interessante combinaties gemaakt.

Andere fruitsoorten die perfect werken

Kersen zijn traditioneel, maar bijna elk fruit werkt in een clafoutis. Abrikozen zijn fantastisch. Halveer ze, haal de pit eruit en leg ze met de snijkant naar boven in de vorm. De zoete smaak van abrikozen past perfect bij de amaretto. Ik maak dit vaak in juli als abrikozen op hun best zijn.

Pruimen zijn ook een aanrader. Blauwe pruimen geven een mooie kleur en een iets zuurder smaak die mooi contrasteert met het zoete beslag. Snijd ze in parten en verwijder de pit. Je hebt er minder nodig dan van kersen, ongeveer 6 tot 8 grote pruimen zijn genoeg voor een clafoutis.

Bessen werken geweldig, vooral blauwe bessen. Die hoef je niet eens voor te bereiden, gewoon wassen en in de vorm gooien. Een mix van frambozen en blauwe bessen is ook heerlijk. Let wel op dat frambozen meer vocht afgeven, dus je clafoutis wordt wat sappiger. Niet per se verkeerd, gewoon anders.

Peren zijn mijn wintervariatie. Als er geen verse zomerfruit beschikbaar is, gebruik ik peren. Snijd ze in plakjes, sauteer ze eerst even in een pannetje met boter en kaneel, en leg ze dan in de vorm. Vervang de amaretto dan door calvados of cognac. Dat geeft een hele andere maar even lekkere smaak.

Perziken zijn ook een winnaar. Net als abrikozen, halveren en ontpitten. Soms laat ik het velletje erop, soms pel ik ze. Ligt eraan hoe veel tijd ik heb. Met perziken voeg ik vaak een beetje kardemom toe aan het beslag, misschien een halve theelepel. Die combinatie is onweerstaanbaar.

Alcoholische variaties om mee te spelen

Amaretto is mijn favoriet, maar er zijn zoveel andere mogelijkheden. Grand Marnier of Cointreau passen geweldig bij kersen. Die sinaasappeltoets harmoniëert mooi met het fruit. Gebruik dezelfde hoeveelheid als de amaretto in het recept.

Kirsch is de klassieke keuze bij kersen. Het is een heldere kersenbrandewijn en versterkt de kersensmaak enorm. Erg Zwitsers, erg lekker. Ik heb een flesje dat ik speciaal voor desserts gebruik. Een beetje gaat een lange weg.

Rum werkt ook prima, vooral donkere rum bij pruimen of peren. Die karamelachtige ondertoon past perfect bij herfstfruit. Ik heb ooit een clafoutis met appels en rum gemaakt die echt ongelooflijk was. Met een beetje kaneel erbij was het alsof je appeltaart at maar dan veel luchtiger.

Voor een alcoholvrije versie kun je amandelextract gebruiken in plaats van amaretto. Een halve theelepel is genoeg, want het is veel geconcentreerder. Of gebruik vanillesuiker in plaats van gewone suiker. Je kunt ook wat sinaasappelrasp door het beslag roeren voor een frisse toets zonder alcohol.

Creatieve toevoegingen die het verschil maken

Soms voeg ik wat gemalen amandelen toe aan het beslag. Ongeveer 50 gram amandelmeel in plaats van een deel van de bloem geeft een rijkere, meer nootachtige smaak. Het past perfect bij het amaretto en maakt de clafoutis wat voedzamer.

Chocolade en kersen zijn een klassieke combinatie. Strooi wat pure chocoladestukjes tussen de kersen voordat je het beslag erover giet. Tijdens het bakken smelten ze een beetje en krijg je heerlijke chocoladepockets. Dit is echt een publieksfavoriet, vooral bij kinderen.

Specerijen kunnen ook interessant zijn. Een snufje kardemom, kaneel of zelfs steranijs in het beslag geeft een verrassende twist. Ik ben daar voorzichtig mee, want je wilt de basis smaak niet overheersen. Maar een beetje experimenteren kan geen kwaad. Als je meer wilt weten over het kiezen van kwalitatieve ingrediënten en hoe je een ingrediëntenlijst lezen kunt om betere keuzes te maken, kun je altijd meer informatie opzoeken.

Citroen- of sinaasappelrasp door het beslag roeren geeft frisheid. Ongeveer een theelepel geraspte schil is genoeg. Niet meer, anders wordt het bitter. Ik doe dit vaak bij bessen omdat die wat zuur kunnen zijn en de citrus balanceert dat mooi.

Bewaren en vooruit maken

Een vraag die ik vaak krijg: kun je een clafoutis bewaren? Ja, absoluut. In een afgedekte schaal in de koelkast blijft het makkelijk drie dagen goed. De textuur verandert wel een beetje, het wordt steviger, maar de smaak blijft geweldig.

Opwarmen kan in de oven op lage temperatuur, ongeveer 150 graden voor tien minuten. Of in de magnetron voor dertig seconden per portie. Ik eet het meestal gewoon koud uit de koelkast als middagsnack. Met een kopje thee is het perfect.

Invriezen werkt ook, al verlies je wat van de luchtige textuur. Snijd de clafoutis in porties, wikkel elke portie in plasticfolie en doe ze in een vriezercontainer. Ze blijven ongeveer een maand goed. Ontdooien doe je op kamertemperatuur of in de koelkast. Daarna even opwarmen in de oven.

Kun je het beslag van tevoren maken? Eigenlijk niet echt. Het beslag moet vrijwel direct gebakken worden anders scheidt het. Wat wel kan is alle droge ingrediënten mengen en alle natte ingrediënten apart klaarzetten. Dan hoef je alleen nog maar alles samen te gooien en in de oven te schuiven. Scheelt tijd als je gasten krijgt.

De kersen kun je wel van tevoren klaarmaken. Ontzaad ze, dep ze droog en bewaar ze afgedekt in de koelkast tot je ze nodig hebt. Zo’n dag of twee van tevoren is prima. Langer niet want dan gaan ze slijmerig worden.

Als je net zoals ik graag verschillende zoete flans en clafoutis recepten uitprobeert, dan weet je dat voorbereiding het halve werk is. Een opgeruimde keuken en alles klaarstaan maakt het proces zoveel aangenamer.

En daar hebben we het dan. Een eenvoudig Frans dessert dat er indrukwekkend uitziet, heerlijk smaakt en eigenlijk heel simpel te maken is. De combinatie van zachte custard, zoete kersen en die subtiele amaretto blijft me keer op keer verrassen. Of je het nu maakt voor een zomers tuinfeest, een gezellige zondagmiddag of gewoon omdat je zin hebt in iets lekkers, deze clafoutis laat je nooit in de steek. Het is een van die recepten die je blijft maken omdat het gewoon altijd werkt. Geen gedoe, geen ingewikkelde technieken, gewoon puur genieten van goede ingrediënten en een beetje Franse kookmagie.

Veelgestelde vragen over clafoutis met kersen en amaretto

Wat is het traditionele Franse clafoutis?

Een traditionele clafoutis komt uit de Limousin regio in centraal Frankrijk en wordt klassiek gemaakt met zwarte kersen inclusief de pitten. Het is eigenlijk een kruising tussen een pannenkoek en een custard met een zachte, luchtige textuur. De naam komt van het Occitaanse woord ‘clafir’ wat ‘vullen’ betekent. Vroeger werd het gezien als een boerengerecht, simpel maar voedzaam. Tegenwoordig is het een geliefd dessert in heel Frankrijk en daarbuiten.

Kun je andere soorten fruit gebruiken in plaats van kersen?

Ja, absoluut. Hoewel kersen traditioneel zijn, werken pruimen, abrikozen, perziken, peren en bessen ook uitstekend. Technisch gezien heet het alleen ‘clafoutis’ als je kersen gebruikt, bij ander fruit noemen Fransen het een ‘flaugnarde’. Maar laten we eerlijk zijn, niemand buiten Frankrijk maakt zich daar druk om. Elk fruit dat een beetje stevig is en niet te veel vocht afgeeft werkt prima. Appels kunnen ook maar die moet je eerst even voorbakken anders blijven ze te hard.

Is amaretto noodzakelijk of kun je dit vervangen door iets anders?

Amaretto geeft een heerlijke amandeltoets maar is zeker niet noodzakelijk. Je kunt het vervangen door andere likeuren zoals Grand Marnier, kirsch, rum of cognac. Voor een alcoholvrije versie gebruik je amandelextract, maar dan wel veel minder omdat het geconcentreerd is. Een halve theelepel is genoeg in plaats van 50 ml amaretto. Je kunt de amaretto ook gewoon weglaten en vervangen door extra melk, al mis je dan wel die extra smaakdimensie. Het wordt dan een klassiekere, eenvoudigere versie.

Hoe lang houdt een clafoutis in de koelkast?

Een goed afgedekte clafoutis blijft drie tot vier dagen goed in de koelkast. Dek hem af met plasticfolie of huishoudfolie, of zet de hele ovenschaal in een afgesloten container. De textuur wordt wel wat steviger na een dag of twee maar de smaak blijft prima. Je kunt hem opwarmen in de oven of magnetron, of gewoon koud eten. Sommige mensen vinden hem zelfs lekkerder na een dag omdat de smaken beter getrokken zijn. Laat hem niet langer dan vier dagen staan want dan wordt het echt niet meer fris.

Kan ik de clafoutis voorbereiden en later bakken?

Het beslag zelf kun je niet goed van tevoren maken omdat het gaat scheiden als het te lang staat. Wat wel kan is alle ingrediënten afwegen en klaarzetten, en de kersen al ontpitten. Dan duurt het op het moment zelf maar tien minuten om alles samen te gooien en in de oven te schuiven. Je kunt eventueel het beslag maken en direct de oven in doen, en dan de baktemperatuur verlagen naar 160 graden zodat het langer duurt. Dan heb je meer flexibiliteit in de timing als je bijvoorbeeld gasten hebt.

Moet ik de kersen echt ontpitten of kunnen de pitten erbij blijven?

In een traditionele Franse clafoutis blijven de pitten erin omdat ze extra smaak geven tijdens het bakken. Maar persoonlijk vind ik het geen pretje om tijdens het eten op een pit te bijten en ze uit te moeten spugen. Dus ik haal ze eruit. Als je gasten hebt waarschuw ze dan wel als je de pitten erin laat, anders kan iemand zich verslikken. Het ontpitten kost wel even tijd maar met een kersenontpitter gaat het vrij snel. Je verliest misschien een héél klein beetje smaak maar de gemaksfactor weegt daar voor mij ruimschoots tegenop.

Waarom zakt mijn clafoutis in na het bakken?

Dit is volkomen normaal en hoort zo. Een clafoutis rijst een beetje tijdens het bakken door de lucht in de eieren en de stoom, maar zakt weer in als hij afkoelt. Het is geen cake die zijn volume moet behouden. De textuur moet custardig zijn, niet luchtig zoals bij een biscuit. Als hij te veel inzakt ben je waarschijnlijk te enthousiast geweest met het kloppen van de eieren. Je moet ze gewoon goed mengen, niet stijf kloppen zoals voor een meringue. Een klein beetje zakken is prima en verandert niks aan de smaak of textuur.

Kan ik een glutenvrije versie maken?

Ja zeker. Vervang de gewone bloem door een glutenvrije meelmix in dezelfde hoeveelheid. Of gebruik amandelmeel, dat past zelfs beter bij het amaretto. Met amandelmeel wordt de textuur wat dichter en nootachtiger maar het is echt heel lekker. Je kunt ook een combinatie gebruiken, bijvoorbeeld de helft glutenvrije bloem en de helft amandelmeel. Ik heb dit voor een vriendin met coeliakie gemaakt en ze vond het zelfs lekkerder dan het origineel. Het enige verschil is dat de kleur iets donkerder wordt met amandelmeel.

Welke ovenschaal werkt het beste voor een clafoutis?

Een keramische of glazen ovenschaal van ongeveer 25 centimeter doorsnee en 4 tot 5 centimeter diep is ideaal. Deze materialen verdelen de warmte mooi gelijkmatig. Een metalen taartvorm kan ook maar dan bakt het sneller dus houd de tijd goed in de gaten. Te diep en de binnenkant blijft te slap terwijl de buitenkant al te donker is. Te ondiep en je krijgt meer een pannenkoek dan een clafoutis. Je kunt ook individuele porties maken in ramequins, dan bak je ze ongeveer 20 tot 25 minuten. Dat ziet er ook heel leuk uit voor een dinertje.

Hoe voorkom ik dat het beslag klonterig wordt?

Het belangrijkste is de bloem zeven voordat je het toevoegt. Klonten ontstaan meestal door droge bloem die niet goed door de natte ingrediënten gemengd wordt. Voeg de bloem geleidelijk toe terwijl je blijft roeren. Als je toch klontjes krijgt, giet het beslag dan door een fijne zeef voordat je het over de kersen giet. Dat lost het probleem meteen op. Een andere optie is een staafmixer gebruiken om alles glad te mixen, dat werkt eigenlijk perfect. Ik doe de laatste tijd eigenlijk altijd alle ingrediënten in een hoge beker en gebruik de staafmixer. Geen gedoe met zeven en in dertig seconden heb je een perfect glad beslag.

Plaats een reactie

Recipe Rating