200ggrote garnalen, gepeld en eventueel ontdaan van darmkanaal
250gchampignons, in plakjes
2stuksjaldotten, fijngesnipperd
2tenenknoflook, fijngehakt
20cldroge witte wijnbijv. Sauvignon Blanc
20clcrème fraîche
2elboter
naar smaakzout en versgemalen peper
een handvolverse peterselie, fijngehakt
Instructies
Maak de champignons schoon en snijd ze in plakjes. Snipper de sjalotten en hak de knoflook. Pel de garnalen.
Verhit een eetlepel boter in een pan en bak de champignons bruin. Haal ze uit de pan en zet apart.
Voeg de andere eetlepel boter toe aan de pan en fruit de sjalotten en knoflook zachtjes.
Voeg de goed drooggedepte Sint-Jakobsschelpen toe en bak ze 2 minuten aan één kant, draai om en voeg de garnalen toe.
Giet de droge witte wijn in de pan en laat inkoken tot de helft.
Zet het vuur laag en roer de crème fraîche door de saus. Voeg de gebakken champignons toe en breng op smaak.
Haal van het vuur en voeg fijngehakte peterselie toe. Serveer in warme kommen.
Notities
Gebruik de allerbeste crème fraîche voor optimale smaak. Dit gerecht kan niet goed worden ingevroren; het is het lekkerst vers gemaakt. Serveer met stokbrood om de romige saus te absorberen of met een bergje aardappelpuree voor een volledige maaltijd. Laat de zeevruchten op kamertemperatuur komen voor een gelijkmatige bereiding.