Voeg de suiker toe en laat dit langzaam smelten tot een goudbruine karamel.
Schil de appels, verwijder het binnenste en snijd ze in partjes.
Leg de appelpartjes in de pan met de karamel en bestrooi ze met kaneel en zout.
Bak de appels even totdat ze lichtjes zachter worden.
Leg het bladerdeeg over de appels en druk de randen lichtjes aan.
Prik wat gaatjes in het deeg om stoom te laten ontsnappen.
Zet de pan in een voorverwarmde oven van 180°C en bak gedurende 30-35 minuten.
Laat de taart 10 minuten rusten voordat je hem omkeert.
Notes
Voeg een beetje citroensap toe aan de karamel voor een frisse noot. Bewaar restjes in de koelkast; de taart smaakt de volgende dag vaak nog beter. Serveer met een toef slagroom of een bolletje vanille-ijs voor extra smaak.