Snijd de koude boter in blokjes en voeg deze toe aan de bloem.
Wrijf de boter door de bloem met je vingertoppen tot het mengsel op grove kruimels lijkt.
Voeg de suiker toe en maak een kuiltje in het midden.
Voeg een eetlepel koud water toe en meng voorzichtig tot een deeg.
Vorm het deeg tot een bal en laat het minimaal een half uur rusten in de koelkast.
Schil de appels en snijd ze in dunne plakjes, besprenkel met citroensap.
Meng de plakjes appels met suiker, twee eetlepels bloem en kaneel.
Laat de appelmix 10 minuten staan terwijl je het deeg uitrolt.
Rol het deeg uit en bekleed een taartvorm met het deeg.
Vul de taartvorm met de appelvulling.
Maak het deegpatroon (lattice) en leg dit over de appels.
Bak de taart in een voorverwarmde oven op 180°C gedurende 45-50 minuten.
Maak ondertussen de vanillesaus: verwarm de melk met het vanillestokje.
Klop de eierdooiers met de suiker tot een lichte kleur.
Voeg warme melk toe aan de eierdooiers terwijl je klopt om te temperen.
Giet het mengsel terug in de pan en verwarm tot het bindt.
Haal van het vuur en voeg eventueel boter toe voor extra romigheid.
Serveer de appeltaart warm met de vanillesaus eroverheen.
Notes
Zorg ervoor dat de boter koud is voor een knapperige korst. Experimenteer met verschillende soorten appels voor variatie. Je kunt de vanillesaus eenvoudig substitueren met andere sauzen zoals karamel of Griekse yoghurt. Bewaar eventuele taartresten goed afgedekt in de koelkast voor maximale versheid. Voor een rustieke uitstraling kun je de taart versieren met bloem- of figuurvormpjes van deeg. Serveer de taart met extra poedersuiker of een snufje kaneel voor een mooie presentatie.