Schil de appels, verwijder het klokhuis en snijd ze in dunne plakjes.
Kook de appelplakjes in een beetje water met een snufje kaneel gedurende 3 tot 4 minuten.
Laat de appels uitlekken en afkoelen in een vergiet.
Breek de eieren in een grote mengkom en klop ze los.
Voeg de melk en honing toe aan de eieren en meng goed.
Zeef het zelfrijzend bakmeel boven de kom en meng voorzichtig.
Voeg de kaneel toe en meng tot een egale lichtbruine kleur.
Laat het beslag 5 minuten rusten.
Verhit een koekenpan op middelhoog vuur en voeg boter of olie toe.
Giet een kleine pollepel beslag in de pan en draai de pan rond zodat het beslag zich verspreidt.
Leg direct enkele plakjes appels op het natte beslag en druk ze licht aan.
Bak de pannenkoek ongeveer 2 minuten, totdat de randjes stollen en er belletjes verschijnen.
Keer de pannenkoek met een spatel en bak nog eens 1-2 minuten tot goudbruin.
Herhaal met de rest van het beslag en serveer warm.
Notities
Serveer met toppings zoals ahornsiroop, Griekse yoghurt of poedersuiker voor extra smaak. Bewaar ongebruikte pannenkoeken in een luchtdichte container in de koelkast voor 3-4 dagen of vries ze in. Varieer met andere vruchten of voeg extra specerijen zoals nootmuskaat toe voor een andere twist.