Zet een grote pan water op het vuur en voeg flink wat zout toe zodra het kookt.
Snijd de guanciale in reepjes of blokjes van ongeveer een halve centimeter dik.
Leg de guanciale in een koude pan zonder olie en zet op laag vuur.
Bak de guanciale tot hij knapperig en goudbruin is.
Breek vier eierdooiers in een kom en voeg er één heel ei aan toe.
Rasp de pecorino Romano fijn en meng ongeveer driekwart met de eieren, samen met zwarte peper.
Kook de spaghetti tot al dente, maar haal hem twee minuten eerder uit het water.
Schep wat pastakookwater op voordat je de pasta afgiet.
Giet de pasta af, maar spoel hem niet.
Meng de afgegieten spaghetti met de guanciale en het vet in de pan.
Haal de pan van het vuur en voeg snel het eimengsel toe, terwijl je voortdurend roert.
Voeg beetje bij beetje pastakookwater toe tot de saus glad en romig is.
Notities
Zorg voor goede kwaliteit ingrediënten, vooral guanciale en pecorino. Probeer verse eieren te gebruiken voor de beste smaak en textuur. Als je carbonara te droog is, voeg dan wat pastakookwater toe om de saus te verfrissen. Serveer de pasta met extra zwarte peper en geraspte pecorino voor een mooie afwerking. Eet het meteen op voor de beste smaak en textuur.